Home » Postgraduaat Fiscaal Recht & Fiscale Praktijk » Opleiding » Fiscaal Ondernemingsbeleid

Fiscaal Ondernemingsbeleid

1. De keuze tussen éénmanszaak of vennootschap: Roel Van Hemelen, Partner TaxQuest, Belastingconsulent

In deze sessie worden de voor- en nadelen van de optie voor een vennootschap tegenover elkaar afgewogen. Zodra voor een vennootschap gekozen wordt, rijst de vraag naar de beste vennootschapsvorm. Vervolgens komen de fiscale aspecten aan bod bij de oprichting van de vennootschap (inbreng in geld, in natura, inbreng of verkoop van een bestaande onderneming).

Directe en indirecte belastingaspecten lopen hier samen.

2, 3 & 4. Fiscale aspecten van het bezoldigingsbeleid (3 lessen): Carl Van Biervliet, Vennoot-Accountant-Belastingconsulent Vandelanotte

Goede verloning van personeel en bedrijfsleiding is een garantie voor een goed functioneren van het bedrijf. Maar wat is het fiscale gevolg van de toekenning van bepaalde vergoedingen, voordelen, winstpremies, enz. ? Zowel voor de onderneming als voor het personeel en de bedrijfsleiding. Bestaan er fiscaalvriendelijke verloningsmethoden?

Gedurende 3 sessies worden de basisprincipes van de loonfiscaliteit uitgebreid en grondig uitgelegd. Voordelen in geld en in natura, vrijgestelde sociale voordelen, belastbare en niet-belastbare kostenvergoedingen staan geprogrammeerd. Er wordt gewezen op de verplichte inhouding van bedrijfsvoorheffing en de voorwaarden voor de fiscale aftrekbaarheid van de bezoldigingen in hoofde van de onderneming.

Het fiscaal regime van individuele en collectieve pensioentoezeggingen en van bedrijfsleidersverzekeringen, in hoofde van alle betrokkenen, ontbreekt niet.

Bijzondere aandacht wordt besteed aan de relatie vennootschap-bedrijfsleider en de bevoordeling in dat verband, via rekening-courant of anderszins. Het vraagstuk van de managementfees past in dit onderdeel.

5. Werken met een holding: Carl Van Biervliet, Vennoot-Accountant-Belastingconsulent Vandelanotte

Wat is het (fiscaal) nut van het oprichten van een holding? Enkel te overwegen door grote multinationale groepen of ook door een lokaal verankerde KMO? Wat kan de activiteit zijn van een holding? En op welke wijze mag de holding daarvoor vergoed worden? Is de holding een BTW-belastingplichtige? Hoe bekijkt de fiscus vandaag de transacties tussen exploitatievennootschap en holding en tussen de aandeelhouders van de exploitatievennootschap en de holding?

6 & 7. Kapitaalvermindering, reorganisatie (fusie-splitsing), ontbinding en vereffening (2 lessen): Peter Verbanck, Partner Verbanck, Plas & Partners, Docent KU Leuven

In een eerste sessie wordt ingegaan op bijzondere verrichtingen zoals de kapitaalvermindering en de verkrijging van eigen aandelen. Wat is het fiscaal regime van de betalingen die gedaan worden aan aandeelhouders? Zowel in hoofde van de aandeelhouder als in hoofde van de vennootschap.

Vervolgens komt de ontbinding van de vennootschap aan bod (al dan niet in één beweging met de vereffening). Het fiscaal regime van de liquidatiebonus is dan aan de orde, maar ook de vraag naar de fiscale behandeling van een liquidatiemalus bij de ontbonden vennootschap.

In de tweede sessie staan de fiscale aspecten van de fusie en de splitsing van vennootschappen centraal.

8. Fiscale aspecten van de wijze van financiering van de onderneming: Roel Van Hemelen, Partner TaxQuest, Belastingconsulent

Een vennootschap kan opteren voor de financiering van haar activiteiten met eigen vermogen. Aandeelhouders stellen kapitaal ter beschikking en verwachten daarvoor een vergoeding. Welke vergoedingsmodaliteiten bestaan er? En wat zijn de fiscale gevolgen ervan voor vennootschap en aandeelhouder?

Optie voor financiering met vreemd vermogen verplicht de vennootschap tot het betalen van interestvergoedingen.

De vraag naar de aftrekbaarheid van interesten rijst. Heeft het belang of de interest wordt betaald aan financiële instellingen, verbonden ondernemingen of particuliere geldschieters die al dan niet een band hebben met de vennootschap?

De basisregels over de inhouding van de roerende voorheffing worden in deze sessie onder de aandacht gebracht.

9. Internationaal ondernemen via dochter of vaste inrichting: Frederik De Graeve, Partner Grant Thornton Tax and Legal

Heel veel ondernemingen zijn internationaal actief. Een vennootschap kan vanuit België goederen leveren en diensten verrichten in het buitenland. De vennootschap kan ook in het buitenland, al dan niet binnen de EU, een dochteronderneming oprichten of werken met een vaste inrichting aldaar. De buitenlandse dochter kan op haar beurt, vanuit het buitenland, in België werkzaam zijn via een dochtervennootschap of een Belgische vaste inrichting.

Op die manier ontstaan er allerlei grensoverschrijdende transacties: tussen de onderneming en haar buitenlandse klanten, maar ook tussen de Belgische vennootschap en haar buitenlandse dochters/vaste inrichtingen. De fiscale aandachtspunten in deze zijn talrijk. Hoe worden alle transacties en transferten tussen de vennootschappen onderling en tussen vennootschap en inrichting fiscaal geïnterpreteerd en behandeld? Op basis van welke internationale principes krijgt elk land zijn 'eerlijke' deel van de belastingkoek en hoe wordt dubbele belasting vermeden? En welk fiscaal regime geldt er voor de vergoedingen van personeel en bedrijfsleiding dat in België en/of in het buitenland in een vennootschap of inrichting werkzaam is?

10. Overname en overdracht van een onderneming via asset- of sharedeal: Frederik De Graeve, Partner Grant Thornton Tax and Legal

Een meerderheid van aandeelhouders kan op een gegeven moment beslissen de aandelen over te dragen aan aandeelhouders van een andere Belgische of buitenlandse vennootschap of rechtstreeks aan een vennootschap. Bedrijfsleiders en aandeelhouders kunnen ook beslissen om de activiteit van de vennootschap te stoppen en de activa over te dragen aan een andere onderneming. Welke fiscale gevolgen brengt deze overdracht en overname mee, zowel voor de verkopers als de kopers? Telkens te bekijken in hoofde van zowel de aandeelhouders als de vennootschap.


In deze sessie wordt ook een antwoord gegeven op de vraag welke alternatieven er bestaan om een overname te financieren en welke fiscale gevolgen daaraan verbonden zijn.