Uitbreng van onroerend goed n.a.v. de kapitaalvermindering of liquidatie - E-SEMINARIE

Onroerend goed inbrengen in of laten verwerven door de vennootschap heeft zo zijn voordelen. Op termijn is het vaak echter wenselijk of zelfs noodzakelijk de onroerende goederen terug uit de vennootschap te halen. Zo verlaten bij de liquidatie van de vennootschap alle bezittingen - dus ook de onroerende goederen - het vennootschapsvermogen. Minder drastisch is de uitbreng van onroerend goed die geschiedt naar aanleiding van een kapitaalvermindering. Vanzelfsprekend kan een onroerend goed nog op andere manieren het vermogen van de vennootschap verlaten, maar tijdens dit seminarie ligt de klemtoon op de uitbreng van onroerende goederen n.a.v. een kapitaalvermindering of de liquidatie van de vennootschap

Medio 2019 nam VLABEL het standpunt in dat de wachtregeling, zoals bedoeld in het oude artikel 2.9.1.0.4, lid 3 VCF onverminderd toepassing heeft op kapitaalverminderingen die plaatsvonden in de periode 1 mei 2019 en 31 december 2019. Omdat het niet duidelijk was of de wachtregeling nog kon worden toegepast op het moment van de inwerkingtreding van het WVV heeft VLABEL eind 2019 een nieuw standpunt gepubliceerd. Hierin worden ook de heffingsregels besproken die van toepassing zijn in het geval waarin de uitkering van een onroerend goed niet onder de toepassingsregels van de wachtregeling valt. Hoe ziet die oude wachtregeling eruit? Hoe gebeurt de aanrekening op de reserves volgens het allerlaatste standpunt van VLABEL? 

Ook zal er worden nagegaan welke impact de afschaffing van het kapitaalbegrip in personenvennootschappen teweegbrengt op de uitbreng van onroerend goed. Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen spreekt immers van “vereffeningen” en niet van “gedeeltelijke vereffeningen”. Welke impact heeft dit op de uitbreng van een onroerend goed?

De uitbreng van onroerende goederen is doorgaans complexer dan die van roerende goederen. De volgende vragen dringen zicht dan ook op: 

  • Met welke burgerrechtelijke vennootschapsrechtelijke en fiscale bepalingen dient in beide gevallen rekening te worden gehouden? 
  • In de regel wordt het verkooprecht gevestigd op de verkrijging door één of meer vennoten van in België gelegen onroerende goederen.  Hoeveel bedraagt dit tarief? Op welke waarde wordt het tarief toegepast? Mag je zelf een schatting toepassen? Is dit steeds het geval?”
  • Wat indien deze onroerende goederen middels bijzondere constructies (vruchtgebruik, erfpacht of opstal) terechtkwamen in het vermogen van de vennootschap?
  • Hoe zal de uitbreng geschieden als er meerdere aandeelhouders zijn: komt het onroerend goed een van hen toe·of hen allen (in onverdeeldheid)?
  • Met welke fiscale valkuilen kunnen de aandeelhouders worden geconfronteerd en hoe kan hieraan worden verholpen?
  • Hoe kunnen deze onroerende goederen fiscaal gezien optimaal uit de vennootschap worden gehaald?
  • Wat zijn de gevolgen op het vlak van btw en/of registratierechten?
  • Welke formaliteiten dienen te worden nageleefd?
  • Ook de recente standpunten van VLABEL n.a.v. de schrapping van het kapitaalbegrip in het nieuwe WVV en de fiscale behandeling van een uittreding van een vennoot komen aan bod. 

Deze en andere vragen krijgen een antwoord op een seminarie waarin de wisselwerking tussen verschillende rechtstakken (burgerlijk recht, vennootschapsrecht en fiscaal recht) op treffende wijze aan bod komt.
 

Notaris-vennoot Berquin Notarissen, Praktijkassistent KU Leuven
Senior Counselor EY Tax Consultants
Prijs:
€195

Het seminarie duurt 3,5 uur

di 19/01/2021 | 13:30 - 17:00

Real time

Een realtimeseminarie wordt op een vooraf bepaalde dag en op een vaststaand tijdstip gegeven. Je kan rechtstreeks en interactief deelnemen. 

do 21/01 - zo 21/03/2021 | Heel de dag

On demand

Een on-demand-seminarie is een opname van een seminarie. De deelnemer kan deze opname bekijken op een door hem/haar zelfgekozen tijdstip.